Fourth of July,
Independence Day

 

 

De Amerikanen vieren hun Onafhankelijkheidsdag
op 4 juli, maar de stemming waarbij de Verenigde
 Staten zich losmaakten van Engeland vond plaats
 op 2 juli 1776. Achter de keuze voor 4 juli ligt de
rivaliteit van John Adams, de man die de stemming
 zodanig wist te organiseren dat de onafhankelijkheid
 een meerderheid kreeg, een Thomas Jefferson, die
het document opstelde dat er voorgoed mee is
verbonden. Nodeloos te zeggen dat de variant van
Jefferson overwon. Overigens werd dat onderstreept
 door zowel Jefferson als Adams, die beide de timing
 hadden (en lengte van leven) om op 4 juli
1826, precies vijftig jaar na de Onafhankelijkheid,
 hun laatste adem uit te blazen.

Pas in 1800 begon men de vierde juli
 te vieren, en ook dat was onderdeel van
de partijpolitieke strijd die toen vorm begon
te krijgen. Het waren namelijk de volgelingen
 van Jefferson, de Republicans (niet te verwarren
 met de latere Republikeinen van Lincoln) die hun
 tegenstanders, de Federalisten, voortdurend om de
oren sloegen met de Onafhankelijkheidsverklaring.
 De Federalisten stonden een sterke federale staat voor,
Jefferson en zijn volgelingen zagen meer in sterke
staten en een los federaal verband. Bij dit laatste
paste een verheerlijking van de
Onafhankelijkheidsverklaring, waarbij en passant
 de rol van Jefferson als opsteller danig werd
overdreven (zie bijvoorbeeld het boek van
 Pauline Maier).

De republicans begonnen met de praktijk om
op 4 juli ceremonieel de tekst van de
Onafhankelijkheidsverklaring voor te lezen.
 Toen Jefferson in 1801 president werd, vond de
 viering van de Fourth of July algemene ingang.

Tegenwoordig is de Fourth of July een gezellige
 familiedag, goed voor barbecue, concerten in
het park en vuurwerk als toetje. De meest
voor de hand liggende vergelijking is met
Koninginnedag. De Fourth of July heeft een
hoog braderie-gevoel.

De Presidenten van Amerika

01 George Washington 1789-1797
02 John Adams 1797-1801
03 Thomas Jefferson 1801-1809
04 James Madison 1809-1817
05 James Monroe 1817-1825
06 John Quincy Adams 1825-1829
07 Andrew Jackson 1829-1837
08 Martin Van Buren 1837-1841
09 William Henry Harrison 1841-1841
10 John Tyler 1841-1845
11 James Knox Polk 1845-1849
12 Zachary Taylor 1849-1850
13 Millard Fillmore 1850-1853
14 Franklin Pierce 1853-1857
15 James Buchanan 1857-1861
16 Abraham Lincoln 1861-1865
17 Andrew Johnson 1865-1869
18 Ulysses Simpson Grant 1869-1877
19 Rutherford Birchard Hayes 1877-1881
20 James Abram Garfield 1881-1881
21 Chester Alan Arthur 1881-1885
22 Grover Cleveland 1885-1889
23 Benjamin Harrison 1889-1893
24 Grover Cleveland 1893-1897
25 William McKinley 1897-1901
26 Theodore Rooseveld 1901-1909
27 William Howard Taft 1909-1913
28 Woodrow Wilson 1913-1921
29 Warren Gamaliel Harding 1921-1923
30 Calvin Coolidge 1923-1929
31 Herbert Clark Hoover 1929-1933
32 Franklin Delano Roosevelt 1933-1945
33 Harvy S. Truman 1945-1953
34 Dwight David Eisenhower 1953-1961
35 John Fitsgerald Kennedy 1961-1963
36 Lyndon Baines Johnson 1963-1969
37 Richard Milhous Nixon 1969-1974
38 Gerald Rudolph Ford 1974-1977
39 James Earl Carter, Jr. 1977-1981
40 Ronald Wilson Reagan 1981-1989
41 George Herbert Walker Bush 1989-1993
42 William Jefferson Clinton 1993-2000
43 George Walker Bush 2001-2009
44 Barack Obama 2009-

Het is de nationale feestdag van Amerika:
 Independence Day, meestal Fourth of July genoemd.
 De enige feestdag die direct aan een datum
is gekoppeld. Toch is 4 juli minder vanzelfsprekend
 dan het lijkt. Het aardige is dat de datum en de nu
 gevierde Onafhankelijkheidsverklaring juist door
 partijpolitieke perikelen hun status verwierven.

John Adams wist het zeker. De man die prominent
 aanwezig was in Philadelphia, bij de conventie
waarop de Amerikaanse onafhankelijkheid
werd uitgeroepen en die later de tweede president
 zou worden (1797-1801), achtte het vanzelfsprekend
 dat de Amerikanen tot in lengte van jaren de
 2e juli zouden vieren. Toekomstige generaties,
 zo voorspelde hij in een brief aan zijn vrouw,
zullen zich die dag herinneren als ‘the most
memorable Epocha, in the History of America’
en hem vieren als hun ‘Day of Deliverance by
 solemn Acts of Devotion to God Almighty.
It ought to be solemnized with Pomp and Parade,
 with Shews, Games, Sports, Guns, Bells, Bonfires
 and Illuminations from one End of the Continent
 to the other from this Time forward forever more’.

Adams had het juiste idee, maar de
verkeerde datum. Niet dat hij ongelijk had;
 uiteindelijk was het op 2 juli 1776 dat het Second
 Continental Congress officieel besloot dat de
verenigde kolonies zich zouden losmaken van
Groot Brittannië. Twee dagen later nam het
 Congres ter rechtvaardiging daarvan
a ‘declaration of Independency’ aan. Maar die
verklaring, die Adams mede had opgesteld,
was voor hem niet meer dan een formaliteit,
 een manier om de wereld op de hoogte te
brengen van het Amerikaanse standpunt.
 Niet minder, maar ook niet meer.

Toch zijn het juist de vierde juli en de verklaring
 die een belangrijke rol zijn gaan spelen. Niet
alleen als symbool van het einde van de koloniale
 relaties, maar vooral ook als een principiële
verklaring over een bepaalde manier van
staatsvorming. Daarmee kreeg de Onafhankelijk-
heidsverklaring een veel politiekere en veel
inhoudelijker betekenis dan de Founding Fathers
 ooit konden vermoeden. Het hoe en waarom
 daarvan heeft te maken met de partijpolitieke
gevechten van de eerste dertig jaar van
 de Verenigde Staten.

Voor alle data rondom de onafhankelijkheid
 in 1776 gold dat ze betrekkelijk toevallig waren.
 Vanaf 10 juni, toen het Congres de hele dag
over onafhankelijkheid debatteerde, was er
eigelijk geen weg terug. Maar terwijl John
Adams en anderen, zoals George Wythe van
Virginia, direct een verklaring wilden om
vervolgens te gaan onderhandelen, pleitten de
middenstaten (gelegen tussen het zuiden en
 New Engeland in) voor uitstel. De grote zorg
was dat als er al te snel werd gestemd, een
aantal staten die van hun achterban nog
geen mandaat hadden gekregen, zich zouden
terugtrekken. Dat zou tot verdeeldheid
leiden en daarmee zou de kans op succesvolle
 onafhankelijkheid behoorlijk wat kleiner worden.

Het was onder die omstandigheden dat het
Congres het besluit voor drie weken opschortte.
Wel benoemde het vast een Comité of Five dat
de taak kreeg een document op te stellen dat
 kon worden onderschreven als de motie tot
onafhankelijkheid zou zijn aangenomen.
Deze commissie, bestaande uit John Adams,
Thomas Jefferson, Roger Sherman, Benjamin
 Franklin en Robert Livingstone, kwam bijeen,
 besloot ruwweg wat er in de verklaring moest
 staan en gaf Jefferson de opdracht hem
verder op te stellen. Op 28 juni legde de commissie
 een eerste versie voor aan het Congres, op een
moment dat alleen Maryland en New York nog
geen toestemming hadden gekregen om vóór
onafhankelijkheid te stemmen. Die nacht ging
 Maryland om.

Maar op 1 juli, toen er werd gestemd over
 de resolutie voor onafhankelijkheid, stemden
 maar negen van de dertien kolonies voor,
 twee waren tegen, New York onthield zich en
 Delaware, waarvan maar twee van de drie
 gedelegeerden aanwezig waren, spleet in
 tweeën. De volgende dag, na een avond
van politieke massage, stemden ook South
Carolina, Pennsylvania en een nu voltallig
Delaware voor de definitieve motie. Daarmee
was de onafhankelijkheid een feit. New York
 kwam stemde pas op 9 juli in met de motie,
 klagend dat ze nu niet meer anders kon.

In de dagen na 2 juli hield het Congres
 zich bezig met het redigeren van de
Onafhankelijkheidsverklaring, waarbij veel van
Jeffersons handwerk overboord werd gezet,
zoals de historicus Pauline Maier toonde in
 'American Scripture: the Making of the Declaration
 of Independence', het meest nuttige handboek
 over dit proces. Op 4 juli keurde het Congres het
document goed en stuurde het naar de drukker.
Met de formele verklaring van de redenen waarom
de Britse macht werd opgezegd, werd volgens
de voorzitter van het Congres, John Hancock,
 ‘the Ground & Foundation’ voor Amerikaans
zelfbestuur gelegd. Het was nu zaak om hem
 ook zo snel mogelijk af te kondigen voor de
Amerikaanse troepen, om ze te inspireren.
Zoals Maier vertelt, ging het hierbij in eerste
 instantie om een document voor binnenlands
 gebruik. Pas in november kwam het officiële
 document in Parijs aan, met orders om het
 aan te bieden aan het hof van Frankrijk
 en de andere hoven in Europa.

In Amerika zelf werd de gedrukte verklaring
 op town meetings voorgelezen. Er werd gefeest
 en de symbolen van de koninklijke macht
werden vernield. Wat de nieuwbakken
Amerikanen vierden was natuurlijk de
onafhankelijkheid zelf, niet de verklaring die
werd voorgelezen. Sterker, in de eerste
jaren werd de Onafhankelijkheidsverklaring,
 waarvan we de beginwoorden heel wat bekender
 zijn dan de litanie van verwijten aan de Engelse
 koning, voornamelijk genegeerd. Dat was,
meent Maier, niet zo vreemd. In 1776 wisten
de meeste Amerikanen natuurlijk al wat die
 argumenten waren. Nee, de echte vernieuwing
 was vooral de laatste alinea, waarin stond dat
de verenigde kolonies het recht hadden om een
vrije en onafhankelijke staat uit te roepen.

Dat niet 2 juli maar 4 juli de herdenkingsdag
 werd, had te maken met een samenloop van
 toevalligheden. Opmerkelijk misschien,
maar in 1777 schijnt niemand aan de viering
 te hebben gedacht tot het al 3 juli was. Toen
 was het natuurlijk al te laat om nog iets van de
daadwerkelijke motie te vieren en daarom
 deed men het maar op de Fourth of July.
Zo werd een traditie geboren. In Philadelphia
 speelden op 4 juli 1777 de muzikanten van
 een groep Hessische militairen, gevangen
genomen bij de Battle of Trenton, maar in de
 krantenverslagen over de festiviteiten staat
weinig over de Onafhankelijkheidsverklaring.
Ook in latere jaren werd de Fourth of July niet
consequent gevierd en als het al gebeurde,
 speelde de Onafhankelijkheidsverklaring er
 geen rol bij. Ook Jeffersons rol als opsteller
van de eerste versie was nauwelijks bekend,
laat staan dat het document als een prachtig
werkstuk van zijn hand werd gevierd.

Dat veranderde allemaal in de jaren negentig.
 Zolang de Federalisten, de partij van
Adams en Hamilton (Washington zag de
partijvorming met lede ogen aan), aan de
macht waren, werd de verklaring vooral als
een probleem ervaren. De anti-Britse toon ervan
was natuurlijk lastig bij de pogingen om
economische en diplomatieke toenadering tot
Groot Brittannië te krijgen. Bovendien lagen de
woorden over gelijkheid en rechten dicht bij de
 taal van de Franse Revolutie, waarvoor de
Federalisten na de executie van Lodewijk XVI
en het begin van de Terreur, weinig sympathie
hadden. Ook zagen ze weinig heil in het opspelen
 van een tekst die was opgesteld door Thomas
Jefferson, die steeds meer de werkelijke
leider van de oppositie was geworden.

Allicht zagen de volgelingen van Jefferson,
 die zich Republikeinen noemden, dat
 anders. Zij vierden de verklaring als een
 ‘deathless instrument’ geschreven door de
‘onsterflijke Jefferson’. Jeffersons aanhangers
 zagen zichzelf als verdedigers van de geest
van 1776 tegen de perfide monarchisten.
De grote man zelf had natuurlijk een sterke
sympathie voor de Franse Revolutie, waarvan
hij de principes dicht bij die van Amerika zag
 liggen. Dat Jefferson een hekel had aan de
Engelsen is genoegzaam bekend. Het is ook
 in deze tijd dat de aandacht verschuift naar
de openingsparagraaf van de Verklaring met
zijn ‘self-evident truths’. In hun woede over
deze partijpolitieke annexatie, probeerden
 de Federalisten Jeffersons rol in het schrijven
 van de verklaring te bagatelliseren. Ze wezen
 erop dat hij flink leentjebuur speelde bij andere
teksten uit die tijd.

Te laat: de variant van de Republikeinen won
in 1800, toen Jefferson de presidentsverkiezingen
 in zijn voordeel besliste. Zijn partijgenoten
 bleven zolang zitten (tot 1829), dat de Federalisten
 geleidelijk aan verdwenen en zich in de jaren
twintig en dertig een nieuw partijsysteem vormde.
 Daarin claimden zowel de Whigs als de Jacksonians
 de ware erfgenamen van Jefferson en de
Onafhankelijkheidsverklaring te zijn. In die tijd,
meer dan veertig jaar na de gebeurtenissen,
had de revolutionaire generatie een soort aureool
 van heiligheid verkregen, waardoor de
Onafhankelijkheidsverklaring een icoon werd
 van de Amerikaanse identiteit.

Ook op een andere manier won de
Onafhankelijkheidsverklaring aan symboolwaarde.
 In 1817 gaf het Congres aan de schilder John
Trumbul opdracht om vier schilderijen te maken
voor het gloednieuwe Congresgebouw, ter
herinnering aan de Revolutie. Het eerste
werk in deze serie was The Declaration of
Independence, waarin Trumbul de commissie
van vijf toonde terwijl die de eerste versie
van de tekst aanbood aan het Congres. Het
 werd het meest populaire schilderij over de
onafhankelijkheid. Toen het in 1818 werd
 tentoongesteld in Boston, Philadelphia en
Baltimore, betaalden tienduizenden mensen
 een quarter om het te bekijken. Er kwam
 ook een hele industrie op gang van
herinneringen, kopieën van de
verklaring en allerlei papieren.

De activiteiten namen nog toe toen in
1826 de vijftigste verjaardag van de
Onafhankelijkheid én van de Onafhankelijkheids-
verklaring werd gevierd. Nog maar twee leden
van de commissie waren in leven:
Thomas Jefferson en John Adams.
Als om de kracht van de Fourth of July als
symbolische dag te onderstrepen, stierven
 beide Founding Fathers precies op 4 juli 1826,
 een paar uur van elkaar. Ze bleven altijd van
mening verschillen over het belang van hun
 respectievelijke rollen. Jefferson vond in
zijn latere leven zijn rol als opsteller van de
verklaring zó belangrijk dat hij het als een van
 de drie successen van zijn leven op zijn graf
liet schrijven – zijn presidentschap, van
 1801 tot 1809, stond er niet bij.

Ook de Burgeroorlog, die woedde van 1861
tot 1865, gaf nieuwe kracht aan de viering
 van de Fourth of July, vooral door de argumenten
 die president Lincoln ontleende aan de
Onafhankelijkheidsverklaring. De daarin
verwoorde gelijke rechten werden ondermijnd
 door de slavenstaten, terwijl ze Lincoln juist
 inspireerden tot zijn beste toespraken. Zo
stelde de president op 4 juli 1861, de eerste
Fourth of July van de oorlog, dat het Noorden
 niet alleen vocht om de Unie van Verenigde
Staten te behouden maar ook om een
vorm van bestuur te redden ‘waarvan het
 belangrijkste doel is het leven van de mens
 te verlichten …’. De rebellie die zijn regering
 probeerde neer te slaan was een poging
om ‘het principe overboord te gooien
 dat alle mensen gelijk zijn geboren’.

In zijn klassieke Gettysburg Address
van 1863, herformuleerde Lincoln in
 prachtige bewoordingen de principes van de
 Onafhankelijkheidsverklaring. In feite vatte
 hij het plan van de Founding Fathers samen
 en verklaarde het de uitdaging om het ‘nog
niet voltooide werk’ van de doden van de Unie
 af te maken en een hergeboorte te brengen
van ‘deze natie, onder God’. En zo viert het
land nog elk jaar, op de Fourth of July, niet
alleen het uitroepen van de onafhankelijkheid,
 maar ook, en vooral, de verworvenheden van
 de Amerikaanse democratie, het collectieve
 handwerk van de Amerikanen sinds die
julidagen meer dan 225 jaar geleden.

Welkom bij mijn gastenboek

Naar begin pagina